Typische inbreuken

Aarding

Aardingsonderbreker of aardingscheider is niet aanwezig

De aanwezige aardingsinstallatie beschikt niet over een hoofdaardingsklem. Deze klem verbindt de aardgeleiders(s) met de hoofdbeschermingsgeleider(s) en de hoofdequipotentiale geleider(s). Daarnaast kan de klem de verbinding verbreken opdat een correcte meting van de spreidingsweerstand kan uitgevoerd worden.

Spreidingsweerstand aarding is te groot

De gemeten waarde van de spreidingsweerstand mag niet groter zijn dan 100 Ω. Indien de gemeten waarde tussen de 30 Ω en 100 Ω is, worden bijkomende voorwaarden gesteld voor de differentieelstroominrichting.

Groen/gele geleider wordt als actieve geleider gebruikt

Het is verboden om actieve geleiders in een geel/groene kleur te gebruiken.

Differentieelstroominrichtingen

Nominale stroom van de differentieelstroominrichting voldoet niet

Vaak is de nominale stroom (In) van de algemene differentieelstroominrichting te laag gekozen. Deze moet ten minste gelijk zijn aan de nominale stroom van de algemene beveiliging geplaatst voor de teller, met een minimum van 40A.

De maximale gevoeligheid van de hoofddifferentieelstroominrichting is bepaald op 0,3 A.

De algemene differentieelstroominrichting moet beschikken over een testknop die ten allen tijde toegankelijk moet zijn en werkt.

Differentieelstroominrichting voor installaties van de badkamer beschikt niet over de juiste gevoeligheid

De gevoeligheid van bijkomende differentieelstroominrichtingen ter bescherming van installaties in de badkamer (ruimte met een bad en/of douche), wasmachines, droogkasten, vaatwasmachines,… mag maximaal 0,03 A bedragen. Let op, de nominale stroom (In) van de differentieelstroominrichting voor badkamers kan afwijken ten opzichte van de In van de algemene differentieelstroominrichting.

Smeltveiligheden en automatische schakelaars

Overstroombeveiligingen zijn niet aangepast aan de doorsnede van de geleiders

De nominale stroom van overstroombeveiligingen dient aangepast te worden aan de sectie van de geleiders.

Doorsnede geleider Nominale stroom smeltveiligheid Nominale stroom automatische schakelaar
1,5 mm² 10 A 16 A
2,5 mm² 16 A 20 A
4,0 mm² 20 A 25 A
6,0 mm² 32 A 40 A
10,0 mm² 50 A 63 A
16,0 mm² 63 A 80 A

Tabel 1: Maximale nominale stroom van smeltveiligheden en automatische schakelaars

Soepele geleiders beschikken niet over draadhulzen

De sectie van de interne bedrading van het verdeelbord (verbindingen tussen de automaten en/of de zekeringhouders) is afhankelijk van de nominale stroom van de hoofdautomaat in de teller enerzijds en de eventuele aanwezigheid van een photovoltaïsche installatie anderzijds. De sectie wordt bepaald op basis van de som van beide nominale stromen.

Kalibreerelement van smeltzekeringen en verwisselbare overstroombeveiligingen ontbreekt

Smeltzekeringen en verwisselbare overstroombeveiligingen moeten over een kalibreerelement beschikken, zodat bij vervanging van een smeltzekering of verwisselbare overstroombeveiliging steeds een element met dezelfde karakteristieken kan geplaatst worden.

De kleurcode van de kalibreerelementen is overeenkomstig met de doorsnede van de geleiders.

Doorsnede geleider Kleurcode
1,5 mm² Oranje
2,5 mm² Grijs
4,0 mm² Blauw
6,0 mm² Bruin
10,0 mm² Groen

Tabel 2: kleurcodes kalibreerelementen

Verlichting, schakelaars en stopcontacten

Schakelaars dienen steeds de fasegeleider te onderbreken.

Indien een enkelpolige schakelaar gebruikt wordt in een éénfasige kring, waarvan de stroombaan beschikt over een nulgeleider, dient de enkelpolige schakelaar steeds de fase te schakelen.

Minimale aantal stroombanen voor verlichting niet aanwezig

De elektrische installatie dient over ten minste twee stroombanen te beschikken die worden voorzien voor de verlichting.

Kabeldoorsnede gemende kring niet voldoende

Het is toegelaten een gemengde stroombaan te maken van lichtpunten, schakelaars en stopcontacten, op voorwaarde dat de doorsnede van de kabel minimum 2,5 mm² is.

Algemeen

Elektriciteitsdossier is afwezig of onvolledig

Elke woning dient te beschikken over een elektriciteitsdossier dat up-to-date is aan de installatie. Dit dossier omvat, het controleverslag van de elektrische installatie, het ééndraadschema en het situatieschema van de installatie. Het ééndraadschema is een schematische voorstelling van de vaste installatie door middel van wettelijke bepaalde symbolen die de samenstelling van iedere stroombaan weergeven en hoe deze onderling verbonden worden. Iedere elementaire stroombaan wordt aangeduid met een hoofdletter. Ieder lichtpunt, stopcontact,… wordt aangeduid door een cijfer in de volgorde waarop deze zijn geplaatst, vertrekkende vanaf het beveiligingstoestel.

eendraadschema

Afbeelding 1: voorbeeld ééndraadschema (tijdelijk, te vervangen door een eigen schema)

Het situatieschema bestaat uit een plattegrond (bouwplan, schets,…) waarop de opbouw van de installatie wordt aangeduid. Elk element krijgt een identificatie bestaande uit een hoofdletter ter aanduiding van de kring waartoe het onderdeel behoort, gevolgd door het nummer van volgorde binnen de kring. Deze aanduidingen zijn overeenkomstig met de aanduidingen op het ééndraadschema.

situatieschema

Afbeelding 2 : voorbeeld situatieschema (tijdelijk, te vervangen door een eigen schema)

Indien de elektrische installatie over een controleverslag beschikt, dient dit steeds in het elektriciteitsdossier aanwezig te zijn.


energieprestatiecertificaat

Energieprestatiecertificaat

elektrische keuring

Elektrische keuring

gaskeuring

Gaskeuring